A
- AICPA
- American Institute of Certified Public Accountants, de Amerikaanse beroepsorganisatie van accountants en eigenaar van het SOC-framework en de Trust Services Criteria.
- Assurance-rapport
- Een rapport waarin een onafhankelijke auditor zekerheid (assurance) verschaft over een bewering van het management. Het eindproduct van elk SOC 2-traject. Er bestaat geen SOC 2-certificaat.
- Attest-opdracht
- Opdrachtvorm waarbij de auditor een oordeel geeft over een bewering (assertion) van het management, in plaats van zelf de informatie op te stellen. SOC 2 is een attest-opdracht.
B
- Bridge letter (gap letter)
- Korte verklaring van het management dat er sinds het einde van de laatste rapportperiode geen wezenlijke wijzigingen in de beheersmaatregelen zijn geweest. Overbrugt de maanden tussen twee SOC 2-rapporten. Komt van het management, niet van de auditor.
C
- Carve-out-methode
- Scopingmethode waarbij de beheersmaatregelen van subservice-organisaties (zoals een cloudprovider) buiten het onderzoek blijven; het rapport verwijst naar hun eigen SOC-rapporten. Het gangbare alternatief voor de inclusive-methode.
- Common Criteria (CC)
- De criteria van de categorie Security, genummerd CC1 t/m CC9. Verplicht in elk SOC 2-rapport en de basis waarop de andere categorieën voortbouwen. Zie de Trust Services Criteria.
- Complementary User Entity Controls (CUEC's)
- Beheersmaatregelen die de serviceorganisatie van haar klánten verwacht (bijvoorbeeld het zelf beheren van gebruikersaccounts). Het oordeel in het rapport geldt alleen als de klant deze maatregelen zelf uitvoert.
- Control (beheersmaatregel)
- Een proces, procedure of technische maatregel die een risico beheerst, van MFA-verplichting tot een wekelijkse back-upcontrole. De auditor toetst controls aan de Trust Services Criteria.
- COSO
- Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission, internationaal raamwerk voor interne beheersing. De Trust Services Criteria zijn op het COSO-raamwerk gebaseerd.
E
- Evidence (bewijs)
- Documentatie waarmee de werking van een control wordt aangetoond: tickets, logbestanden, goedkeuringen, notulen, screenshots. Zonder bewijs bestaat een control voor de auditor niet.
- Exception
- Testafwijking: een geval waarin een control niet (volledig) heeft gewerkt zoals beschreven. Exceptions komen in de meeste Type II-rapporten voor en leiden niet automatisch tot een negatief oordeel.
G
- Gap-analyse
- Analyse van het verschil tussen de huidige situatie en de eisen van de Trust Services Criteria. Onderdeel van het readiness assessment; resulteert in een remediatieplan.
I
- Inclusive-methode
- Scopingmethode waarbij de relevante controls van subservice-organisaties wél binnen het onderzoek vallen en worden meegetoetst. Komt minder vaak voor dan de carve-out-methode.
- ISAE 3000
- Internationale standaard voor assurance-opdrachten anders dan controles van financiële overzichten. Nederlandse en Europese auditors voeren SOC 2-achtige opdrachten doorgaans onder deze standaard uit.
- ISAE 3402
- Internationale standaard voor assurance over uitbestede processen die de financiële verslaggeving raken, de internationale evenknie van SOC 1.
- ISO/IEC 27001
- Internationale, certificeerbare norm voor een managementsysteem voor informatiebeveiliging (ISMS). Zie SOC 2 vs. ISO 27001 voor de vergelijking.
M
- Management assertion
- De formele bewering van het management dat de systeembeschrijving juist is en de controls effectief zijn. De auditor toetst deze bewering, vandaar “attest-opdracht”.
O
- Observatieperiode (review period)
- De periode waarover bij een Type II-rapport de werking van de controls wordt getoetst, doorgaans 3 tot 12 maanden.
- Opinion (oordeel)
- Het onafhankelijke oordeel van de auditor in sectie 1 van het rapport. Varianten: unqualified (goedkeurend), qualified (met beperking), adverse (afkeurend) en disclaimer (oordeelonthouding).
P
- Points of focus
- Aandachtspunten per criterium die illustreren waar een auditor naar kijkt. Richtinggevend, geen verplichte checklist. In 2022 heeft de AICPA ze herzien.
Q
- Qualified opinion
- Oordeel “met beperking”: de auditor keurt het geheel goed, behálve op specifiek benoemde onderdelen. Lezers moeten beoordelen of die onderdelen voor hun gebruik van de dienst relevant zijn.
R
- Readiness assessment
- Nulmeting voorafgaand aan de audit: waar voldoet de organisatie al en waar zitten gaten? Voorkomt verrassingen tijdens het echte onderzoek.
- Remediatie
- Het wegwerken van de bevindingen uit de gap-analyse: beleid vastleggen, processen formaliseren en technische maatregelen inrichten.
- Restricted use
- Distributiebeperking van SOC 1- en SOC 2-rapporten: bedoeld voor klanten, prospects en hun adviseurs, meestal gedeeld onder NDA. SOC 3 is daarentegen “general use”.
S
- Scope
- De afbakening van het onderzoek: welke dienst(en), systemen, locaties en Trust Services-categorieën worden getoetst. De belangrijkste ontwerpkeuze van het hele traject.
- Serviceorganisatie
- De organisatie die diensten levert en het SOC 2-rapport laat opstellen, bijvoorbeeld een SaaS-leverancier, hostingpartij of BPO-dienstverlener.
- SOC 1 / SOC 2 / SOC 3
- De drie rapportagevormen van de AICPA: financiële verslaggeving (SOC 1), operationele beheersing (SOC 2) en de publieke samenvatting daarvan (SOC 3). Zie de vergelijking.
- SSAE 18 / AT-C
- De Amerikaanse attestatiestandaarden van de AICPA waaronder SOC-opdrachten in de VS worden uitgevoerd. Buiten de VS wordt veelal ISAE 3000 gebruikt.
- Subservice-organisatie
- Een onderaannemer van de serviceorganisatie die relevante taken uitvoert, zoals een cloudprovider of datacenter. Wordt via de carve-out- of inclusive-methode in de scope verwerkt.
- Systeembeschrijving (system description)
- Sectie 3 van het rapport: de beschrijving door het management van de dienst, infrastructuur, processen, mensen en data binnen de scope.
T
- Trust Services Criteria (TSC)
- De vijf categorieën criteria waartegen elk SOC 2-onderzoek toetst: Security, Availability, Processing Integrity, Confidentiality en Privacy. Zie het volledige artikel.
- Type I
- Rapportvorm waarbij de opzet en het bestaan van de controls op één peildatum worden beoordeeld. Zie Type I vs. Type II.
- Type II
- Rapportvorm waarbij naast opzet en bestaan ook de werking van de controls over een observatieperiode wordt getoetst. De marktstandaard.
U
- Unqualified opinion
- Goedkeurend oordeel zonder beperkingen, het oordeel dat elke serviceorganisatie nastreeft. Let op: ook bij een unqualified opinion kunnen individuele exceptions in het rapport staan.
- User entity
- De klant/afnemer van de serviceorganisatie, degene voor wie het SOC 2-rapport uiteindelijk is bedoeld.